De luie tuinier
- 27 jun
- 7 minuten om te lezen
Ben je ook iemand die niet elke dag in de tuin wilt zitten? Die nu en dan wil ingrijpen, als de natuur denkt: 'Ik zal het hier eens doen.' en dat het nipt niet overwoekerd? Je vind het niet erg dat de tuin er wat wilder uitziet en vind het zelfs mooier? Natuurlijker ogen? Dan ben je op het juiste adres. Hi, ik ben Eva, tuinarchitect en luie tuinier. En ik neem je even mee hoe mijn tuin en ik met elkaar werken. Denk je er ook zo over?
Het Begin
Ik ben een luie tuinier, ik heb een samenwerking gesmeed met mijn tuin, luister er ook naar als hij een idee heeft en dan laat ik het soms eens gebeuren. Voor mijn producten, zoals de tuinplannen en werken dat ik maak, ben ik een perfectionist. Het is nooit goed genoeg. Maar voor mijn tuin? Daar is de chaos, mijn orde. Het is de plek waar ik alles in mijn hoofd weer op een rijtje kan zetten, waar vanaf ik me zet op een stoel of in het gras, de rust naar me toekomt.
Na mijn opleiding wist ik niks over hoe je praktisch een tuin moest aanleggen. Maar dan bedoel ik ook echt niks. Nog nooit had ik een tuin aangelegd en het aantal planten die ik had geplant kon ik op twee handen tellen. Ook toen kroop het perfectionisme in me wanneer ik onze voortuin wilde aanleggen als proef. Alles deed ik voor het eerst, volgens de boeken in mijn kleine boekenkast en de leerstof van de opleiding.
Wat ik toen niet wist en nu wel, is dat je heel veel manieren hebt om een tuin aan te leggen (die zal ik nog in detail bespreken in volgende artikelen). Nu experimenteer ik er zelf mee en geniet ervan om te zien waar het het best gaat. Toen had ik alles in een stappenplan opgeschreven en moest alles volgens de puntjes verlopen.
Het aanleggen van de voortuin ging prima, we plagden het gazon, bestelden de planten, alle plantjes werden uitgezet (eerst het bosgoed en de bomen en daarna de vaste planten) en alles werd geplant met per plantgaatje een beetje compost (wat ik nu nooit meer zou doen*).
Tot daar ging het goed, we hadden juist voor de winter aangeplant en ik voelde me goed. Nu nog wachten tot het voorjaar, alles ging beginnen groeien en tegen de zomer ging er een fantastische voortuin zijn. Dan kwam het voorjaar en de realiteit 'kicked in'. Kruid tussen de plantjes schoten op gelijk kolen en al snel was alles overgroeid.
Nu, daar was het probleem niet, het is normaal dat dat gebeurd. Maar mijn gebrek aan ervaring op dat moment zorgde ervoor dat ik dacht dat ik 'volgend weekend' wel tijd ging vinden om het kruid te schoffelen. Wel, ik kan je nu zeggen dat in een week tijd kruid heel snel kan groeien...
Mijn perfectionisme kwam weer boven en zoals ik toen was, blokkeerde ik en deed niks, hopend dat het kruid vanzelf ging weggaan. š
Ik wist niet hoe ik het kon oplossen, maar besefte wel dat vanaf het begin beheer belangrijk is. Zeker zodat ongewenst kruid niet alles kan overnemen. Maar wat ik nog meer besefte? Mijn perfectionisme nam mijn genot in tuinieren weg. De tuin was niet meer zoals ik het wilde door die verwachtingen die ik had. Dat vond ik nog het meest jammere.
Anders denken
Toen is het wat veranderd in mijn hoofd, over hoe ik een tuin zag en de realisme van het onderhouden van een tuin. Ik wilde niet elke dag in een tuin werken, max. ƩƩn keer per week, wat wilde zeggen dat kruid iets ging zijn dat erbij zou horen.
De voortuin is nog altijd een proces, de meeste planten die er we er eerst hebben geplant staan er nog en proberen het kruid te overwinnen. Het enigste dat we doen? Grote kruiden wegnemen en nieuwe planten zetten.
Op het stukje grond staat het tussen de planten vol (maar Ʃcht vol) met paardenstaarten (Equisetum). Door de opslag ondergronds, kan je de plant enkel uitputten door de plant uit te trekken en ter plaatse laten verteren of hƩƩl veel compost aanvoeren.* Die laten we staan, het is bijna niet te doen om alles weg te nemen. Enkel rond de planten nemen we ze weg, als het de plant kan overnemen.
Ik plant er enkel planten die al groot genoeg zijn, groter dan het kruid dat er staat. Dat geeft hun een extra kans om meer plaats in te nemen.
Het is een traag proces, maar beetje bij beetje nemen de planten het over van het kruid en is het bijna een mooie balans.
Dat is wat ik bedoel met anders denken. Had geen zin voor mij om weken aan een stuk kruid te wieden, tot de planten groot genoeg waren. Daarvoor wilde ik de tijd er niet insteken, dus werken we er soms in, als sommige kruiden te agressief zijn en nieuwe planten overwoekeren. Soms hebben we dan eens meer tijd en kunnen we ook meer kruid wegnemen, maar dit is zeker niet elke week.
Ook voor de aanleg ben ik anders gaan denken en dat gaat gepaard met de plantenkeuze die ik maak. Hoe meer soorten planten je in je border hebt staan, hoe minder goed je het kruid zal opmerken. Het zal opgaan tussen de andere planten, waardoor je meer tijd hebt om ze weg te nemen.
Het eerste seizoen
Nu weet ik wel dat het eerste groeiseizoen cruciaal is voor je planten. Je moet water geven - zeker in die warme zomers - en schoffelen tussen de planten. Het is een routine dat ik mezelf heb aangeleerd en bij een nieuwe border probeer ik elke ochtend vijf minuten te gaan schoffelen. Tegen de zomer zijn ze al goed gegroeid en hoef ik enkel grote kruiden ertussen weg te nemen met schoffel of hand.
Je kan ook kiezen om iets tussen de planten te leggen, zoals schors of lava, maar daarvoor ben ik geen grote voorstander. Laat je grond ademen en als je elk jaar schors legt, verzuurt dat je bodem en niet elke plant kan daar tegen.
Snoeien en de border kuisen doe ik in het voorjaar. In de winter hebben insecten de holtes in de plantenstengels nodig om hun eitjes erin te leggen, dus dan komen we er beter niet aan.
Wanneer je ziet dat de planten opnieuw blad aanmaken knip je de afgestorven delen af en dan is de plant weer klaar voor het volgende seizoen. De plantenresten knip ik met de snoeischaar in kleinere stukjes en laat ik naast de plant liggen = compost. (reminder: in de plant zitten de voedingsstoffen die de wortels van de plant uit de bodem halen. Laat de plantenresten composteren rond de plant en je verrijkt de bodem met de stoffen die hij nodig heeft.)
En zo slenter je elk jaar verder. Doe elk jaar een stukje bij, begin niet met de grote hap, maar stap voor stap. Zo leer je tijdens het proces en tegen dat je alle borders hebt gedaan, weet je precies hoe je het wilt.
Als je het nu wilt of niet
Je moet nu ook niet denken: "O jeej! Ik moet nu niks doen in de tuin!". Dan moet ik je helaas teleurstellen. Het betekent niet, als je en luie tuinier bent dat je niks moet doen in je tuin.
Wil je niks doen? Heb dan geen tuin of laat alles doen door een hovenier.
Maar als je een tuin hebt wil je toch die connectie voelen ermee? Je planten leren kennen en weten wanneer de zon waar schijnt?
Een luie tuinier zijn, betekent simpelweg je visie veranderen naar een tuin die jij aankan. Wil je maar ƩƩn keer per week in je tuin werken? Dan zal de tuin - Ʃn jij - zich vormen naar een tuin die ƩƩn keer per week wordt onderhouden. Er zal dan meer kruid staan, maar als je daarvoor openstaat en leert niet te panikeren voor een paar kruidjes die er niet gepland waren te staan, dan zal je een tuin hebben gemaakt, gevormd naar jou.
Werken in de tuin vind ik fantastisch. Ik doe het niet elke dag, die nood voel ik niet (of nog niet), maar wanneer ik in de tuin zit voelt het Ʃcht goed. Je ziet alles veranderen en het is ƩƩn van de enige dingen waar ik heel trots op ben.
Je zult merken, als je je eigen visie opbouwt, je meer en meer kan genieten van je tuin. De visie van de luie tuinier vind ik dan typisch passen voor mij, niks moet en alles kan. Nooit heb ik stress als iets groeit dat ik niet had geplant, want waarom kan het niet? Misschien brengt het een meerwaarde? Wait en see. Groeit het te hevig? Dan doe ik het weg. Is het mooi en komt er plots een vlinder op rusten die ik nog niet eerder heb gezien? Dan laat ik het staan.
Zie? Het is echt chill hoor. š
Eigen visie
Leer te beseffen dat er geen algemene visie of stijl bestaat die jij moet volgen. Een tuin is iets dat leeft en vele vormen kan aannemen. Ja, er bestaan stijlen dat je kan volgen en daarmee kan je starten, maar wees niet bang voor verandering. Sta ervoor open.
En dat is wat een luie tuinier zijn is. Ervoor openstaan dat dingen veranderen, anders kunnen en je doet gewoon mee.
Heel veel succes!
Groetjes
Eva
*Compost in een plantgat vermoeilijkt de groei van de plant in de volgende jaren. De wortels blijven bij de compost, waar het goed gaat en wortelen niet verder in de bodem. Wanneer de compost op is begint de plant het moeilijk te krijgen en sterft soms zelf af als het bijvoorbeeld een heel droge zomer is. Als je compost wil geven, doe het dan rond de planten op de grond. Vermeng het niet met de bodem en laat het insijpelen door behulp van de regen.
*Equisetum zie je op arme bodems. De knol, waaruit de plant groeit, zit diep onder de grond, soms meters ver, op een plek die rijkelijk bemest is. Naast onze voortuin is een weide, waar koeien op grazen en die ze jaarlijks bemesten. Vermoedelijk zit de knol daar. De scheuten die wij boven de grond zien zitten vol met voedingsstoffen - je kan de plant ook gebruiken om er een gier van te maken - gevoed door de knol. Een plant wilt zich altijd voorplanten. Dus, door de scheuten te laten uitkomen op een arme bodem en ze daar te laten afsterven, kan hij zelf een rijke bodem maken. Rijk genoeg om een niewe knol te laten aanmaken en zich zo te verplaatsen. Dit proces kan jaren duren.



Opmerkingen