Een plantje hier en een plantje daar
Bijgewerkt op: 16 aug

Ik sta doelloos in de achtertuin. Mijn armen hangen langs m'n zij en zonder te bewegen stond ik al een dik kwartier te kijken naar het stuk gazon met drie jonge fruitbomen in. Het begon al kouder te worden en de verleiding om naar binnen te gaan zat niet zo ver, maar ik zette door.
Op de grond lag mijn schetsboek en het potlood stak in mijn opgestoken haren, maar die had ik voorlopig niet nodig. Als ik het nodig had was het om mijn ideeën aan anderen te tonen. Voor mezelf had ik mijn schetsboek in mijn hoofd, daar zag ik precies hoe het moest.
Een diepe zucht ontsnapte mijn lippen, eentje die ik niet had bedoeld en niet wist vanwaar hij kwam. Misschien was het omdat het onze achtertuin was, dat ik er maar niet uitkwam hoe ik het wilde. Of omdat de mening van mijn ouders me heel belangrijk zijn? Ik wist het niet. Ik wilde maar niet zien hoe het kon zijn.
'Wat als ik nu eens stopte met zeuren en gewoon begon?' mompelde ik tegen niemand. Zo ben ik wel, een mompelaar die zichzelf constant aanmoedigde, afbrak, vragen stelde en die soms niet beantwoordde.
Ik zette een stap vooruit en begon te wandelen, de lijn van de border. Ik keek achter me en ik zag hem. M'n hart maakte een klein sprongetje, waarop volgde dat één border de achtertuin deels vulde.
'Inderdaad. Met stilstaan gaat er niks gebeuren.'
Ik nam de - deze keer fysieke - schetsboek op en tekende de lijn die ik zag op het papier. Ja, het klopte wel, misschien moest het daar wel wat breder. De ene kant tekende ik wat breder, zodat de border niet te symmetrisch overkwam. Daarna hield ik de schets wat verder, keek achter me naar de denkbeeldige border en terug naar het papier.
'Ja, zo lijkt het wel goed.'
Dat was al iets, een eerste stap. Na een paar keer langs de denkbeeldige border te lopen zag ik al beter hoe het zou gaan zijn en wanneer ik de andere kant opkeek zag ik een volgende border.
'Hier kan beter een moestuin komen.' De zon scheen er bijna de hele dag en het zou een leuke afwisseling zijn tussen vaste planten en groenten.
Het is moeilijk te beschrijven wanneer iets klopt en al zeker in een tuin. Maar het gevoel is fantastisch. Je hebt een idee dat goed voelt, iets dat je zelf hebt ontworpen.
Ik beschrijf het altijd met de laatste dansscène in de film "A Little Chaos", waar ze de tuin met achtergrondmuziek (belangrijk detail) eindelijk tonen aan de bezoekers. De tuin waar Sabinne maanden aan heeft gewerkt, de muziek start en de fonteinen beginnen te stromen. Het was al kippenvel als ik de film zag, maar toen ik de tuin in het echt zag (Ballroom Grove in Versailles) - en je bent er vroeg genoeg om de fonteinen te zien aangaan - kreeg ik bijna tranen in mijn ogen.
Een tuin maakt het nog specialer omdat het altijd verandert, elk jaar lijk je een nieuwe tuin te hebben. Je lijkt eeuwig te kunnen proberen. De geruststelling dat de border nog altijd kan veranderen maakten m'n ideeën losser, vrijer, alsof alles mogelijk was.
Ho, ik mocht nu ook niet overdrijven, het kon ook niet Sissinghurst worden. Maar op die manier dromen helpt me wel om te starten met iets.
Een tweede - wel bedoelde - zucht bevestigde het besef dat ik er tevreden mee was. Die ene border zou een mooi begin zijn van deze achtertuin. Ik wilde het hier wat losser hebben, een wildere tuin waar planten random door elkaar konden staan. Ja, zo wilde ik het.
De borders zou ik opvullen met planten dat ik nog moet leren kennen en die eens door elkaar zetten. Zien wat er zou gebeuren en gewoon durven.
Ik draaide me om, plantte het potlood terug in mijn haar en liet de tuin voorlopig achter voor wat het was. In mijn hoofd was ik het idee al aan het bespreken met mijn ouders.



Opmerkingen